Historie

In de meer dan honderd jaar teruggaande historie van de Erasmus Alumni Club staan drie onlosmakelijk verbonden entiteiten centraal, met als middelpunt de Erasmus Universiteit Rotterdam. De overige twee zijn de Vereniging Erasmus Trustfonds en de Erasmus Alumni Vereniging. Alle drie droegen andere namen bij hun oprichting. De huidige Erasmus Alumni Club is een combinatie van die laatste twee eenheden. 

Aan het begin van de twintigste eeuw genoot de wetenschap geen hoog aanzien in Rotterdam. Enkele Rotterdamse havenbaronnen zagen echter dat de economie van Nederland groeiende was, en daarmee complexer wordend. Zij verwachtten dat personen die de economie op een dieper niveau begrepen sneller een betere positie zouden kunnen bekleden—iets wat ze hoopten voor hun zonen. Het belang van wetenschappelijk onderbouwde kennis voor toekomstbestendige carrières was duidelijk voor hen. Zelf hadden ze hun kennis verkregen door jaren aan ervaring in het handelsleven, maar het opdoen van kennis kon effectiever, dachten ze. Economie werd alleen nog niet onderwezen als zelfstandige tak van de wetenschap in Nederland (wel elders in Europa en Amerika), en er bestond binnen onze landgrenzen geen vergelijkbare school. Vanuit de rest van Rotterdam was er weinig animo voor her opzetten van zo’n onderwijsorgaan. De havenmeesters waren dus op zichzelf en enige steun uit het bedrijfsleven aangewezen voor het opzetten en in stand houden ervan. 

Na enkele maanden voorbereiding werd op 29 april 1913 de ‘Vereeniging tot Oprichting eener Nederlansche Handels-Hoogeschool' gesticht. Dit was tegelijkertijd de hogeschool zelf en een trustfonds met als doel het opzetten en financieel ondersteunen van de hogeschool. Op 23 juli in hetzelfde jaar werden de staturen vastgesteld en werd de definitieve naam voor de stichting gekozen: Nederlandsche Vereeniging voor Hooger Handelsonderwijs (Nederlandsche Handels-Hoogeschool). Op 8 november 1913 jaar werd het onderwijsorgaan, de Nederlandsche Handels-Hoogeschool, officieel opgericht in de toenmalige Doelen. Het startkapitaal was ruim 140.000 gulden. Het eerste college werd twee dagen later gegeven.

In de jaren ’20 ontstond competitie in het onderwijslandschap, door de oprichting van andere hogescholen met een vergelijkbare focus. Met name Amsterdam en Tilburg waren noemenswaardige rivalen. Door onder andere deze externe druk kwam er op de Nederlandsche Handels-Hoogeschool focus om het onderwijs te verbeteren. Kritische reflectie leidde tot uitbreiding van het curriculum, waardoor de hogeschool een meer wetenschappelijk karakter kreeg. 

Op 27 februari 1926 begon een groep oud-studenten het Nederlandsch Instituut van Doctorandi in de Handelswetenschap, voor alumni van de hogeschool. Iets meer dan een jaar na aanvang, op 12 maart 1927, werd de vereniging officieel gemaakt door het vaststellen van de statuten. (Die zijn sindsdien onveranderd gebleven.) Het doel van deze vereniging was ‘het met alle wettelijke middelen behartigen van de belangen harer leden, zoowel in ideëelen als in materieelen zin en het bevorderen van de studie in de handelswetenschap’ (Artikel 2 in de statuten). Een van de belangrijkste richtpunten was daarbij het verstevigen van de verbanden tussen alumni. Decennia later zou dit de Erasmus Alumni Vereniging worden.

Het bestaan en doel van deze vereniging werd bekendgemaakt in de eerste jaargang van de ‘Wetenschappelijke Mededeelingen van het Nederlansch Instituut van Doctorandi in de Handelswetenschap’. De club had een redactie die elk kwartaal een tijdschrift uitbracht, met financiering en inhoudelijke bijdragen vanuit de vereniging. Dit wilde men voortzetten zolang er behoefte was vanuit het Instituut en anderen in de handelswetenschap. Er bestond ook een verzameling relevante boekwerken in de vereniging, die leden gratis konden lenen, en later werden er ook boekbesprekingen gehouden. Zo trachtte de vereniging haar leden geïnteresseerd en up-to-date te houden over de handelswetenschap, zelfs als die niet meer deel uitmaakte van hun dagelijks leven.

In 1939 kreeg de handelshogeschool een wetenschappelijke status en daarmee financiële steun van de staat. Haar naam werd gewijzigd naar ‘Nederlansche Economische Hoogeschool’. Mettertijd veranderde de taal. ‘Nederlandsche’ werd ‘Nederlandse’, en ‘hoogeschool’ werd ingekort tot ‘hogeschool’. De naam van het opleidingsorgaan veranderde mee. In 1956 werd besloten de twee taken van de vereniging—het onderwijs en de financiële ondersteuning—te splitsen over twee aparte entiteiten. Het onderwijs zou worden gegeven door de Nederlandse Economische Hogeschool, en de financiële taken vielen onder de nieuw opgerichte ‘Vereniging tot bevordering van de belangen der Nederlandse Economische Hogeschool’. Dit was de meest duidelijke vorm van het trustfonds.

Op 1 februari 1973 kwam de huidige Erasmus Universiteit Rotterdam tot leven. Dit was een fusie tussen de Nederlandse Economische Hogeschool (die tien jaar eerder was uitgebreid met een faculteit voor sociale wetenschappen en een voor rechtsgeleerdheid) en de Medische Faculteit Rotterdam. Het Trustfonds droeg hierbij een donatie van anderhalf miljoen gulden aan. 8 November 1977 ontstond de ‘Stichting Universiteitsfonds Rotterdam’ uit een fusie van de eerdere twee fondsen voor de hogeschool en de medische faculteit. De Vereniging Trustfonds werd niet geheel opgeheven ten behoeve van de voordrachtrechten (o.a. van hoogleraren) die vereniging per traditie had. Die rechten en het vermogen van deze vereniging werden in 1991 uiteindelijk ondergebracht bij het eerder gefuseerde trustfonds, en het nieuwe fonds kreeg de naam ‘Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam’. Op 2 juni 2005 fuseerde het Trustfonds met de Vereniging R. Mees & Zoonen Fonds 1920, een vereniging die mindervermogende maar veelbelovende studenten ondersteunde met renteloze leningen. De doelstellingen van dit Hoogeschool-Fonds zijn opgenomen in die van het Trustfonds.

In 2017 is het Trustfonds opgesplitst. De verenigingstaken werden ondergebracht in de nieuwe Vereniging Erasmus Trustfonds, en de financiële verantwoordelijkheden kwamen onder de Stichting Erasmus Trustfonds terecht. Deze stichting is de rechtsopvolger van de oorspronkelijke vereniging opgezet in 1913. 

De laatste fusie kwam tot stand in 2019. De Vereniging Erasmus Trustfonds kwam samen met de Erasmus Alumni Vereniging, die in 1926 onder andere naam was opgericht. De nieuwe vereniging stond in dienst van de groei en bloei van de Erasmus Universiteit Rotterdam en haar alumni, en kreeg de naam de ‘Erasmus Alumni Trust’. Zo zijn de focus op de universiteit van het originele trustfonds en de focus op alumni van de originele alumnivereniging samengesmolten. In 2021 veranderde de naam naar de ‘Erasmus Alumni Club’.